Geschiedenis van thee!

De Geschiedenis van Thee

 

Volgens de legende is de ontdekking van thee te danken aan een toevallige gebeurtenis in het leven van China.

 

Op een dag in het jaar 2740 voor Christus liet Shen Nong zich een kom kokend water brengen. Hij zocht de schaduw op van een theeboom en dommelde in. Tijdens zijn slaap stak een briesje op waardoor enkele theeblaadjes in het warme water vielen. En zo ontstond de thee. Vanaf het begin van de Christelijke tijdsperiode werd thee door de bevolking van de Yangzijiang vallei geregeld gedronken als gewone drank én als geneesmiddel. Voor de bereiding werden de blaadjes zacht gemaakt met stoom en tot een tablet gestampt. Vervolgens werden ze in kokend water gelegd of samen met rijst en  kruiden gekookt. Vanaf de 7de eeuw werd thee in de vorm van blokken van China naar Tibet vervoerd. In Korea werden de eerste plantages aangelegd met de uit China ingevoerde stekken.

 

In 1610 bracht de Hollandse Oost-Indische compagnie het product naar europa, waar het tot het einde van de 17de eeuw een zeer zeldzame en kostbare drank bleef. In de 18de eeuw kwam het verbruik in een stroomversnelling. In die tijd dachten sommige plantkundigen dat de uit China ingevoerde zwarte en groene thee afkomstig waren van twee verschillende planten. In 1843 toonde natuurwetenschapper Robert Fortune aan dat de twee verhandelde soorten het resultaat waren van een veschillende bewerking van blaadjes van dezelfde theeboom. In die tijd maakte China, toen vrijwel de enige uitvoerder van thee, een einde aan het handelsmonopolie dat toegekend was aan de Engelse Oost-Indische compagnie.

Om de bevoorrading te verzekeren introduceerde Engeland de teelt en de verwerking van thee in zijn kolonies, met name India. Voor het einde van de 19de eeuw was de theeboom geacclimatiseerd in Iran en in de Kaukasus. In de 20ste eeuw ontstonden vanaf 1920 ook theeplantages in Oost-Afrika. Enige tijd later ook in Turkije en Latijns-Amerika